Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen sprak Wouter Bos over: Bindend leiderschap. Helaas was hij niet echt duidelijk in wat hij daarmee bedoelde. Hoe is dat binnen de bedrijven en instelling in Nederland? Weten onze managers wat wij en zij bedoelen met leiderschap?
Geen theoretische verhandeling
Deze column vormt de inleiding van een reeks van columns over leiderschap in de praktijk. Overal kan men de theorie zoeken en vinden over leiderschap, leiderschapsstijlen, enzovoorts. Ik wil in deze reeks juist de praktijk belichten en daarin vooral praktijkvoorbeelden beschrijven en uitwerken.
Het gevaar van iedere werknemer: stilstand. Dat je niets nieuws meer ziet in een baan, is voor veel mensen de nekslag voor werkplezier. In dit artikel wil ik kijken naar wat voor omgevingsfactoren een werknemer triggeren om zichzelf opnieuw uit te vinden. Denk met me mee: ideeën als deze komen in samenwerking tot stand.
De laatste tijd hebben we veel stakingen voorbij zien komen. Dit gaat er in Nederland meestal wel netjes aan toe. In België zijn ze al wat vasthoudender, daar blokkeerden onlangs de medewerkers van Inbev ruim 2 weken het bedrijfsterrein. Maar in Frankrijk gaan ze helemaal agressief te werk. Daar worden regelmatig managers gegijzeld.
Deze citaten helpen zeker om de gedachten over opleiding wat op te rekken:
De afdeling HR is in mijn ogen een aanvulling op een organisatie. Haar bestaansrecht ontleent zij aan andere disciplines zoals Operations en Business development. Zonder hen zouden wij immers geen klanten hebben. Zonder klanten geen medewerkers en zonder medewerkers geen HR. Dit klinkt mij als een eenvoudige en heldere verklaring waar geen woord aan gelogen is. En waar iedere HR vakgenoot het mee eens zou moeten zijn. In mijn mening zou iedere stafafdeling zoals HR, IT en Finance zich enigszins bescheiden en vooral ondersteunend moeten opstellen. Veel HR collegae zijn het helaas niet met mij eens…
Deed onze Nederlandse bobslee captain er goed aan om te stoppen met de game? Wat zijn de afwegingen die je maakt als je in zijn schoenen staat? Over een nacht ijs ging die zeker niet. Ik kan er wel een paar voor hem bedenken: misschien de snelheid van de baan, de kwaliteit van de bobslee, stuurmanskunsten. Dat alles afgewogen tegen de risico’s dat je het gaat afleggen tegen natuurkundige krachten. Dat je snelheden bereikt die boven je vermogen zouden kunnen gaan. Dat weeg je op tegen wat er te winnen en wat te verliezen valt. Wat zet je er voor op het spel? Het besparen van ernstige consequenties van een ongeluk? Hoe goed kun je dergelijke risico’s afwegen? Is het ratio of emotie? Vind je bij nader inzien dat je niet goed bent voorbereid voor deze sport? Of was deze challenge een maatje te groot?
Terugkijkend op de arbeidsmarktcommunicatie de afgelopen jaren, zie ik twee stromingen: anoniem solliciteren en personal branding. Anoniem solliciteren is 'uit', in termen van competitie lijkt personal branding te hebben gewonnen; personal branding is geen 'hype' meer, werken met brands is in een tijd van veel informatie en specialisatie, een logisch gevolg. Toch is het leuk om beide stromingen in hun context te plaatsen en vanuit die context de huidige ontwikkeling van branding te beschrijven.
In een groot onderzoek is de kwaliteit van 200 verschillende banen tegen elkaar afgezet. De banen worden beoordeeld op fysieke eisen, werkomgeving, salaris, stress en concurrentie. Als beste drie banen kwamen uit de bus: actuaris, software engineer en computer systeem analist. De drie banen die als slechtste uit de bus kwamen waren: metaalbewerker (ironworker), houthakker en 'roustabout', iemand die on en offshore oliepijpen onderhoudt.