Assessment 1949

15/12/2015 Leestijd: 2 minuten

Door een gelukkig toeval ben ik sinds kort in het bezit van een mooi stapeltje oude boeken. Het zijn boeken van Nederlandse psychologen van na de oorlog. Prachtig leesvoer van auteurs als Luning Prak, Jonkheer Van Lennep en Piet van Strien. Maar er zitten ook beroemde Amerikaanse auteurs tussen zoals Vernon, Wechsler en Guilford.

Met enige ijdelheid beschouw ik deze psychometristen als mijn intellectuele voorvaders, in wiens schaduw ik mijn werk doe. Het gaat allemaal over het testen van ‘intelligentie’. De sfeer, het gevoel dat in deze boeken zo merkbaar is, is dat van een enorm optimisme. De gestandaardiseerde intelligentietest – uitmondend in een rond getal (IQ) – heeft de enorme potentie om mensen op een betere manier in te delen naar het best passend onderwijs en het best passende beroep.

Bij Luning Prak treffen we tabellen waarbij per intelligentieniveau beroepen worden opgesomd waar mensen het best zouden passen. De ‘psychotechnicus’ is – met de toen nieuwe tools – degene die voor een betere verdeling van opleidingen en functies over mensen gaat zorgen. Dit enorme optimisme begon in Nederland met de benoeming begin twintigste eeuw van professor Gerard Heymans die de ‘komende eeuw van de psychologie’ aankondigde. Als ik het goed heb, heeft Nederland ondertussen de hoogste psychologen-dichtheid ter wereld. In dat opzicht heeft Heymans dus gelijk gekregen. De vraag blijft natuurlijk wat de psycholoog (de psychotechnicus) bijdraagt aan het bevorderen van onze welvaart en ons welzijn.

Verrassend genoeg lijken die oude meesters het bij het rechte eind te hebben. Intelligentie – we noemen het tegenwoordig liever de g-factor, overigens een uitvinding van Spearman – blijkt de beste voorspeller te zijn van beroepssucces. De meta-analyses van Schmidt & Hunter uit de jaren ’80 en de daarbij horende ‘validiteitsgeneralisatie’ vertellen ons dat voor elk beroep geldt: hoe slimmer, hoe beter. Eigenlijk is dit niet zo raar. Iedereen kan – in het dagelijks leven – onderscheid maken tussen de dommere en de slimmere beroepsbeoefenaar. De professionele selecteur gebruikt daarom tests die een beroep doen op intelligentie. Iets wat we eigenlijk al zestig jaar weten.

0 reactie(s) op “Assessment 1949”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *