Competentiemanagement in de praktijk

15/12/2015 Leestijd: 3 minuten

Met deze titel bedoel ik het competentiemanagement zoals dit in de realiteit uitpakt. En niet ‘zoals het zou moeten zijn’. De manier waarop ik het competentiemanagement vaak terugzie is namelijk de ‘zoals het zou moeten zijn’. Helaas: het is niet zo. Of in ieder geval nog niet.

Competentiemanagement gaat uit van studenten of werknemers die tot op zekere hoogte weten wat ze willen. Om dit artikel niet te erg te laten generaliseren zal ik me beperken tot het gebruik van competentiemanagement op scholen. In bedrijven gaat dit er wellicht anders aan toe, maar het principe blijft natuurlijk hetzelfde: het managen van competenties. Dus: weten waar je staat, waar je kunt staan, bepalen wat je moet doen om te komen waar je kunt (of liever: wilt) en dan actie ondernemen om dat te bewerkstelligen. Een competentie kan van alles zijn. Op mijn HBO gebruikten we brede definities zoals ‘analyseren’ en ‘informatie verzamelen’. Bij een vriend op de opleiding practical science, of in ieder geval de HBO chemie, is ‘buisjes schoonmaken’ een competentie en wordt de opleiding opgedeeld in meerdere activiteiten. Gelukkig wordt er ook pragmatisch gedacht en kun je de competenties soms zelf invullen. Een van mijn meest gebruikte competenties was ‘weten wat ik wil’.

En daar stuitte ik meteen op een probleem. Het weten wat ik of men wil. Wat ik veel terug heb gezien op mijn HBO was dat mensen niet wisten waar ze heen wilden. Ze wisten niet welke richting van P&O ze in wilden en dus ook niet welke kennis of competenties ze wilden verbeteren. Dat resulteerde in het volgen van alle standaard lessen. Daar is natuurlijk niets mis mee. En het leidt tot zekere resultaten. Maar als de opleiding gericht is op de ‘eigen doelen’ en deze doelen niet te moeilijk worden gemaakt (waarom zou je je best doen als je niet weet wat je wilt), dan haal je wel alles, maar bereik je toch niets. Dan kun je 4 jaar HBO doen zonder écht iets te leren. Het probleem waar ik op doel is dus dat competentiemanagement uitgaat van een zekere drive in een student om ergens te komen en dat toepassing ervan zonder die drive niet optimaal is. Daar valt tegenin te brengen dat competentiemanagement gebruikt kan worden om die drive te vinden (doe een test: wat motiveert jou), maar ook daar moet een zekere drive voor bestaan.

Zo heb ik drie jaar gedacht. En daar kijk ik met een glimlach op terug. In die drie jaar heb ik stiekem toch van alles gedaan zonder te weten wat ik wilde (twee minors, bijbaantjes, stages). En in het vierde jaar ging de spreekwoordelijke gloeilamp branden. Competentiemanagement plaatst je in een situatie waarin je je bewust wordt van het feit dat je zelf aan het stuur kunt staan van je loopbaan. Je kunt altijd, wanneer je maar wilt, iets ondernemen om te veranderen waar je staat. Waar je kunt staan en waar je wilt staan. Ik zag dat toen ook om me heen. De mensen die nog harder klaagden over de opleiding dan ik, werkten ineens hard aan een richting, een idee, hun cum laude, een nieuwe website voor een bedrijfje. En het klaslokaal werd gevuld door het licht van gloeilampjes. Een ideaalbeeld, niet helemaal waar, maar wel mooi.

Samenvattend
Competentiemanagement heeft zijn problemen, net zoals ieder ander leersysteem. Maar doordat het gericht is op vrijheid en mogelijkheden zoeken heeft het ook de mogelijkheid in zich om juist de problemen te overkomen. Een vereiste daarbij is een zekere bewustwording van mogelijkheden die misschien niet voor iedereen is weggelegd. Misschien is dat een aandachtspunt voor de toepassing van competentiemanagement. Maar ook dat kan een leerpunt zijn.

0 reactie(s) op “Competentiemanagement in de praktijk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *