Leiderschap: de balans tussen stroop en zweep

30/04/2019 Leestijd: 3 minuten

Leiderschap noem ik een talent. Je hebt natuurtalenten en talenten die vooral hebben ‘aangeleerd’ door lezen, afkijken, nadoen, vallen en opstaan. En hoewel ieder van ons vermoedelijk feilloos de natuurtalenten van de andere talenten kan onderscheiden – het uiteindelijke verschil is heel lastig aan te wijzen en te omschrijven.

Leiderschap gaat om balans

Leiderschap uit zich wat mij betreft uiteindelijk in balans, waarbij de activiteit van ‘leiden’ neerkomt op het telkens zoeken en herstellen hiervan. Of het nu gaat om het realiseren van (werk-)plezier of (bedrijfs-) resultaat, werkgeverstevredenheid, medewerkerstevredenheid of juist klanttevredenheid… Het gaat voortdurend om het vinden van de juiste balans.

De lijst van instrumenten die een leider daarvoor ter beschikking heeft is te lang om hier te beschrijven en te duiden. Het doel van de leider is voor mij allereerst het duiden van de te behalen resultaten. Dit omdat je leiders kunt aantreffen in vrijwilligersorganisaties, maar ook bij ‘corporates’ – bij gemeenten maar ook in het circus – in liefdadigheid maar ook bij de lokale supermarkt. Zo voel je aan aan dat de beschrijving van de te behalen resultaten nogal kunnen verschillen. Maar wat die beschrijving ook is, het doel van de leider is het realiseren van die resultaten.

Richten, inrichten, verrichten

Daarna komt het erop aan welke modus de leider kiest om de organisatie te richten en in te richten om vervolgens maximaal te kunnen verrichten. Voor het gemak richt ik me in dit geval alleen even op de factor ‘arbeid’, oftewel de factor mens. Het natuurtalent weet op een heel natuurlijke manier de ambities en verlangens van medewerkers te koppelen aan de te behalen resultaten van de organisatie. Door die met elkaar te verbinden ontwikkel je als vanzelf beweging richting het doel/resultaat. Stiekem dus dat van de organisatie en van de individuele medewerkers.

De zelfbeschikkingstheorie

Edward Deci en Richard Ryan ontwikkelden de zelfbeschikkingstheorie, ookwel de zelfdeterminatietheorie genoemd. De kern van de theorie wordt gevormd door de stelling dat mensen drie natuurlijke basisbehoeften hebben die een optimale groei van een persoon toestaan indien deze bevredigd worden:

• autonomie: de perceptie om zelf je gedrag te mogen bepalen
• binding: het gevoel met anderen verbonden te zijn
• competentie: het vertrouwen in eigen capaciteiten en acties

Door maximaal gebruik te maken van drie basale psychologische behoeften) wordt het potentieel van medewerkers aangewakkerd, uitgedaagd en ingezet om de doelen van de organisatie te realiseren.

Leiderschapsstijlen

Of je het nu dienend wilt noemen, coachend, situationeel of gericht op ‘zelfsturing’… Ook een leider zal ergens ooit een keer moeten (bij-)sturen. En dat is de plek waar de meeste literatuur over leiderschap iets laten liggen. Het zijn de mooiste verhalen, al dan niet wetenschappelijk onderbouwd, doorgaans vergezeld van een soort ‘checklist’. Als je deze 4 eigenschappen hebt, of deze 7 strategieën toepast, of deze 10 ‘do’s’ gebruikt dan ben je succesvol.

Stroop en zweep

Er staat vaak niet zoveel voor ‘als het tegenzit’. Behalve soms iets over weerstand en veranderen. Voor mij is ondertussen wel duidelijk dat leiderschap in de dagelijkse praktijk toch meestal weer neerkomt op de balans tussen stroop en zweep.

Als metafoor voor de zoete, stimulerende, motiverende kant van leiden – de vriendelijke, uitdagende kant. Ten opzichte van de strenge, corrigerende, voorbeeld stellende, directieve – meer zakelijke kant van het leiden. Om maar te besluiten dat het altijd weer samen te vatten is tot een proces en het aankomt op vertrouwen op de goede afloop.

0 reactie(s) op “Leiderschap: de balans tussen stroop en zweep”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *