Over managers en rampen door alle tijden

03/03/2009 Leestijd: 3 minuten

Mijn favoriete management literatuur is die literatuur die in het verleden is geschreven. En dan bedoel ik een ver verleden. Lees historische romans met een bedrijfsmatige bril en je zult ontdekken dat, hoewel we vinden dat we in een hele complexe tijd leven, die heel wat vraagt van onze intelligente vermogens, er eigenlijk geen klap is veranderd. We zijn exact hetzelfde als honderden jaren geleden. Dat is geruststellend en inspirerend, collegae! Want als we hierdoor ons menselijk DNA (lees onveranderlijk gedrag) begrijpen, dan begrijpen we ook dat veranderingen doorvoeren uiteindelijk niet zo erg ingewikkeld is.. Het enige wat je moet begrijpen is hoe mensen (vooral jezelf!) sporen.. En dat als je dat niet begrijpt,  je de grootste ellende op jou en je organisatie afroept.  Met genoegen heb ik de onderstaande tekst gelezen uit Oorlog en Vrede van Leo Nicolaj Tolstoj. Ik weet het , veel werk om te lezen, bij elkaar 1522 bladzijden, maar te prefereren boven ´hoe word ik een rat´ of soortgelijke toiletlectuur.. Geloof me. Dump je kinderen 2 maanden op zeilkamp, de Efteling of het kinderparadijs bij Ikea en lees!

Uit L.N.Tolstoj, Oorlog en Vrede

“Ernst Heinrich Adolf von Pfuel (1779 -1866, Chef generale staf van het Russische leger in 1812 ) was een van die hopeloos, onwrikbaar zelfverzekerde lieden, zelfverzekerd tot aan het martelaarschap toe, zoals alleen Duitsers zijn, omdat alleen Duitsers hun zelfverzekerdheid baseren op een abstract begrip – de wetenschap, dus op de veronderstelde kennis der absolute waarheid. Een Fransman is zelfverzekerd omdat hij zichzelf persoonlijk, zowel lichamelijk als geestelijk onweerstaanbaar acht voor vrouwen en mannen beide. Een Engelsman is zelfverzekerd omdat hij onderdaan is van de best georganiseerde, de meest glorieuze staat der wereld en hij daarom, als Engelsman, altijd weet wat hij hoort te doen, en weet dat alles wat hij als Engelsman doet, ongetwijfeld correct is. Een Italiaan is zelfverzekerd, omdat hij opvliegend is, en zichzelf en anderen gemakkelijk vergeet. Een Rus is zelfverzekerd, juist omdat hij zich nergens iets van aantrekt, niets weten wil, aangezien hij niet gelooft dat men iets houdbaars weten kan. De Duitse zelfverzekerdheid is de ergste van allen, sterker en afstotender dan welke ander ook, omdat hij zich verbeeldt, dat hij de waarheid kent, – pure wetenschap- een wetenschap en dus een waarheid die hijzelf gegrond heeft, maar die hem heilig is.

Pfuel hoorde blijkbaar tot dat slag.

In 1806 was Pfuel een van degenen geweest, die verantwoordelijk waren voor het plan de campagne dat uitliep op Jena en Auerstadt, maar in deze beide rampen kon hij met de beste wil geen enkel bewijs zien, dat zijn theorie feilbaar was. Integendeel, de afwijkingen, die men zich ten aanzien van zijn theorie veroorloofd had, waren, naar zijn mening, de enige oorzaken van het rampspoedig verloop, en met een vrolijk sarcasme dat typerend voor hem was, placht hij te zeggen ‘Ich sagte ja, dass die ganze Geschichte zum Teufel gehen wurde’. Pfuel was een van die theoretici die hun theorie zozeer liefhebben, dat zij het object van de theorie uit het oog verliezen – de praktische toepassing ervan. Zijn liefde voor de theorie deed hem alles haten, en hij wenste er niet naar te luisteren. Hij verheugde zich zelfs over de mislukkingen, want mislukkingen die voortvloeiden uit praktische afwijkingen van de theorie, vormden voor hem slechts het bewijs dat zijn theorie juist was, en de werkelijkheid niet deugde.”

Heerlijk actueel toch?

Dit gastblog is geschreven door Richard Koopman

0 reactie(s) op “Over managers en rampen door alle tijden”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *