SER advies over ZZP’ers: definitie en gevolgen

18/03/2011 Leestijd: 3 minuten

Enkele weken terug heeft de SER een advies geschreven dat betrekking heeft op de arboregelgeving met betrekking tot ZZP’ers. Interessante kost om eens mee aan de slag te gaan. Het rapport geeft onder andere antwoord op de vraag wat een ZZP’er precies is en evalueert vervolgens de positie van deze ZZP’ers op onze huidige arbeidsmarkt. Hieronder wil ik enkele interessante punten uit het rapport bespreken, met name de definitie is interessant.

Overigens las ik het rapport in het kader van de Dag van de zelfstandige, vorige week woensdag. Daar woonde ik een presentatie van Alexander Rinnooy Kan bij, waarin hij meer vertelde over het tot stand komen van het rapport en het puzzelwerk omtrent de definitie. De belangrijkste punten uit deze presentatie waren dat ‘het systeem’ omtrent ZZP’ers ‘werkt’ – en dat het dus niet op de schop hoeft – en dat de arbeidsmarktpositie van ZZP’ers op bepaalde plaatsen wat versterkt zal worden. En – het is niet echt nieuws meer, maar toch – er zitten tegenwoordig ZZP’ers aan tafel bij de SER, dat is ongetwijfeld bevorderlijk voor de positie van ZZP’ers alom.

Wat is een ZZP’er?
Een ZZP’er, volgens het rapport, is:

Een zzp‟er is een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, waarbij voor de vaststelling of sprake is van een ondernemer de volgende, ook door de Belastingdienst in het kader van de inkomstenbelasting gehanteerde criteria gelden:

  • zelfstandigheid bij de inrichting van de eigen werkzaamheden en het uitvoeren daarvan;
  • het voor eigen rekening en risico verrichten van werkzaamheden;
  • het gericht zijn op en het perspectief hebben van het maken van winst;
  • bekendmaking van het ondernemerschap
  • het streven naar meerdere opdrachtgevers. “

Da’s een hele mond vol, maar toch zeker een heldere definitie.

Deze definitie is zeker van belang in het kader van het aantal ZZP’ers en hun (juridische) positie. In Kans presentatie stelde hij dat het aantal ‘ZZP’ers’ kon variëren van 400.000 tot 1.300.000. En dat is een flink verschil. Voornoemde definitie brengt het aantal ZZP’ers op 675.000, een behoorlijk deel van onze beroepsbevolking, dus.

Gevolgen voor ZZP’ers
Op de dag van de zelfstandige was pensioen een van de meest aangekaarte onderwerpen (o.m. in een panelgesprek met Mei Li Vos). Het publiek reageerde daar gemengd op (de twitterstream liet enkele kritische noten zien), maar in het kader van het rapport is het een interessant onderwerp. De SER is van mening dat ZZP’ers meer aan pensioenopbouw zouden moeten doen. In de zaal heb ik een aantal geluiden gehoord over dat dit niet zo’n relevant onderwerp was en dat ZZP’ers prima zelf in staat waren om te reserveren voor hun oude dag. In hoeverre dit standpunt representatief is, durf ik niet te zeggen.

In het kader van een ander voorstel van de SER, kan ik mij deze kritische houding wel voorstellen. Een ander advies van de SER was namelijk om de hoeveelheid administratieve lasten te verminderen. Vrijheid is een belangrijke waarde voor veel ZZP’ers en ik kan me voorstellen dat dit onderwerp populairder was geweest.

Lees het rapport?
Persoonlijk vond ik dit de hoogtepunten uit het rapport. Een belangrijk deel werd ook gewijd aan arbowetgeving, maar de conclusie op dat gebied bleek vooral dat de issues hier niet zo groot waren, omdat ZZP’ers voor deze wetgeving vaak als ‘werknemer’ worden gezien, waardoor ze door dezelfde wetgeving beschermd worden. Een overzicht van het rapport vindt u hier. Veel leesplezier!

0 reactie(s) op “SER advies over ZZP’ers: definitie en gevolgen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *