Wijzigingen van de Wet Werk en Zekerheid per 1 juli 2015: de beëindigingsovereenkomst

22/07/2015 Leestijd: 1 minuten

Het ontslagrecht is met de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid deel II per 1 juli 2015 ingrijpend gewijzigd. Deze wijzigingen hebben ook gevolgen voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

Sinds 1 juli 2015 heeft de werknemer het recht om binnen 14 dagen na het tot stand komen van de beëindigingsovereenkomst – daarmee wordt bedoeld de ondertekening van de overeenkomst door beide partijen – de beëindigingsovereenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden door middel van een aan de werkgever gerichte schriftelijke verklaring.

Artikel 7:670b BW bepaalt dat de werkgever dit herroepingsrecht in de beëindigingsovereenkomst moet opnemen. Indien de werkgever dat niet doet, dan bedraagt de termijn waar binnen de overeenkomst ontbonden kan worden niet 14 dagen na de totstandkoming van de overeenkomst maar zelfs 21 dagen.

Het herroepingsrecht komt de werknemer slechts één keer toe binnen een periode van zes maanden. Dat betekent dat als de werknemer van het herroepingsrecht gebruik maakt en partijen binnen zes maanden een nieuwe beëindigingsovereenkomst sluiten, de werknemer het herroepingsrecht niet nog eens mag gebruiken.

Werkgevers kunnen overwegen om de werknemer een “herroepingsbonus” in het vooruitzicht te stellen, indien de werknemer een dag na de totstandkoming van de eerste beëindigingsovereenkomst van zijn herroepingsrecht gebruik maakt en partijen direct een nieuwe beëindigingsovereenkomst sluiten. Er zijn echter auteurs die menen dat daarmee de wetgeving ontdoken wordt en dat deze constructie daarom niet toegestaan zou moeten worden. De eerste rechter moet zich hierover nog buigen.

0 reactie(s) op “Wijzigingen van de Wet Werk en Zekerheid per 1 juli 2015: de beëindigingsovereenkomst”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *