Wordt co-creatie de redding voor de Nederlandse vakbeweging?

27/11/2015 Leestijd: 2 minuten

Randstad Groep Nederland heeft met ondernemingsraad en vakbonden een akkoord voor een nieuwe bedrijfs-CAO gesloten. Het akkoord is tot stand gekomen op basis van een uitgebreide inventarisatie van de voorkeuren van medewerkers. Het is voor het eerst dat een cao tot stand komt met zo’n brede participatie en met de ondernemingsraad als contractpartij aan tafel.

Het is niet nieuw dat een werkgever samenwerkt met vakbond en ondernemingsraad. In het verleden wisten partijen elkaar al eerder te vinden, voornamelijk in het geval van een reorganisatie of outsourcing. Ook in situaties waarbij bijvoorbeeld sprake was van harmonisatie of aanpassing van (secundaire) arbeidsvoorwaarden of bijvoorbeeld pensioenen werd in het verleden al vaker succesvol samengewerkt.

In het geval van een reorganisatie hield de ondernemingsraad zich bezig met het vraagstuk rondom nut en noodzaak en was er sprake van een controlerende rol ten opzicht van de werkgever. De vakbond concentreerde zich vervolgens op de sociale en arbeidsvoorwaardelijke consequenties.

Nu, bij de totstandkoming van een (grote) ondernemings-cao, zoals in het geval van Randstad, vindt men ‘the best of both worlds’. Door de participatie van de ondernemingsraad, is het volledige personeel rechtstreeks vertegenwoordigd, daar waar dat in het geval van cao-onderhandelingen met een vakbond enigszins ‘getrapt’ was. Maar juist door de inzet van vakbond is de onafhankelijke positie ten opzichte van de werkgever gegarandeerd. En de vakbondsbestuurder van dienst brengt natuurlijk zijn/haar kennis en expertise mee.

Wel ‘vreemd’ is dat het juridische kader waarin zich dit afspeelt, niet voorziet in een dergelijke samenwerking. De ondernemingsraad vindt haar legitimatie immers in de WOR (Wet op de Ondernemingsraden), terwijl de vakbond deze vindt in de Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst. Ik ga er zomaar vanuit dat de betrokken partijen dit juridische uiteindelijk keurig geplooid hebben.

Ook ‘vreemd’ is dat de grootste van de Nederlandse vakbonden (FNV) in deze overeenkomst geen partij is. Waarom dat is, is mij onbekend. Ik weet ook niet of het een bewuste keuze is van de FNV, maar als deze trend van co-creatie de nieuwe norm wordt voor arbeidsvoorwaardenoverleg in Nederland, zou het zo maar eens kunnen zijn dat ze de boot gaan missen. En in tegenstelling tot het beruchte ‘loonakkoord voor de Rijksoverheid’ verwacht ik hier geen hogere machten die het tij zullen doen keren.

0 reactie(s) op “Wordt co-creatie de redding voor de Nederlandse vakbeweging?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *