Expand verbindt HR professionals en HR vacatures aan het hele vakgebied

Voorwaardelijke ontbinding bij ontslag op staande voet onder de WWZ (on)mogelijk?

Op 12 april jl. schreef ik over hoger beroep na een ontslag op staande voet onder de WWZ. In die blog kwam ook de voorwaardelijke ontbinding al even voorbij. Daarover vandaag meer.

De voorwaardelijke ontbinding houdt de arbeidsrechtelijke gemoederen namelijk bezig. Kantonrechters zijn het er niet over eens of een voorwaardelijke ontbinding onder de WWZ nu mogelijk is of niet.

Allereerst een korte toelichting op de voorwaardelijke ontbinding van vóór de WWZ. Voor inwerkingtreding van de WWZ kon een werknemer bij een ontslag op staande voet het gegeven ontslag buitengerechtelijk vernietigen. Hij hoefde daarvoor enkel een simpel briefje aan zijn werkgever te sturen. Omdat als gevolg daarvan twijfel bestond over het al dan niet (voort)bestaan van de arbeidsovereenkomst, maakte de werkgever meestal gebruik van de voorwaardelijke ontbinding om het risico op een hoge loonvordering te vermijden. De voorwaardelijke ontbinding verschafte de werkgever de mogelijkheid om een definitief einde aan de arbeidsovereenkomst te maken, ook als het ontslag op staande voet onterecht gegeven was.

Met de invoering van de WWZ is de mogelijkheid tot buitengerechtelijke vernietiging afgeschaft. Sinds 1 juli 2015 zal de werknemer zich direct tot de kantonrechter moeten wenden en hij moet dat ook nog eens doen binnen twee maanden na het einde van zijn arbeidsovereenkomst. Nu de figuur van de buitengerechtelijke vernietiging ontbreekt, verschillen kantonrechters (overigens niet alleen zij) van mening of voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst na een ontslag op staande voet nog mogelijk is. Voorstanders menen van wel, omdat er voor de werkgever onzekerheid blijft bestaan vanwege het feit dat het gerechtshof in hoger beroep de werkgever kan veroordelen een nieuwe arbeidsovereenkomst met de werknemer te sluiten onder dezelfde voorwaarden (de herstelveroordeling) of aan de werknemer een billijke vergoeding kan opleggen. Tegenstanders menen van niet. Immers, als het ontslag op staande voet rechtsgeldig is geacht, valt er niets meer voorwaardelijk te ontbinden. En ten tweede, in hoger beroep kan het gerechtshof de werkgever veroordelen om opnieuw een arbeidsovereenkomst met de werknemer te sluiten onder dezelfde voorwaarden. Ontbinding op voorhand van een als gevolg van een eventuele veroordeling tot herstel te sluiten nieuwe arbeidsovereenkomst kan niet aan de orde zijn; je kunt niet iets ontbinden dat er nog niet is.

De kantonrechter Enschede (ECLI:NL:RBOVE:2016:1507) wil een einde maken aan de onzekerheid over de voorwaardelijke ontbinding en kondigt aan de volgende prejudiciële vragen te gaan stellen aan de Hoge Raad:

“A. Kan een werkgever in een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding worden ontvangen? Dient daarbij onderscheid gemaakt te worden tussen de volgende situaties, te weten:
(1) de werknemer heeft nog geen verzoek tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet ingediend;
(2) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet is nog niet beslist (bijvoorbeeld omdat een bewijsopdracht is gegeven);
(3) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en op het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt op dezelfde dag beschikking gewezen, waarbij het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen;
(4) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en op het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt op dezelfde dag beschikking gewezen, waarbij het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen.

Indien een werkgever ontvankelijk dient te worden verklaard in een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding na een gegeven ontslag op staande voet, kan de kantonrechter de voorwaardelijke ontbinding - ervan uitgaande dat van een voldragen grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel c t/m h BW sprake is - dan uitspreken in de volgende situaties, te weten:
(1) de werknemer heeft nog geen verzoek tot vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet ingediend;
(2) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet is nog niet beslist (bijvoorbeeld omdat een bewijsopdracht is gegeven);
(3) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en op het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt op dezelfde dag beschikking gewezen, waarbij het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen;
(4) op een door de werknemer ingediend verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en op het voorwaardelijke ontbindingsverzoek wordt op dezelfde dag beschikking gewezen, waarbij het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen.

Dient bij beantwoording van de voorgaande vragen onderscheid gemaakt te worden naar gelang de formulering van de voorwaarde, te weten:
(1) de voorwaarde ‘dat de arbeidsovereenkomst in hoger beroep wordt hersteld’? (waarbij de rechtshandeling van de eerdere opzegging met onmiddellijke ingang, het ontslag op staande voet, niet meer ongedaan kan worden gemaakt), en
(2) de voorwaarde ‘indien en voor zover het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen’?

Dient bij beantwoording van de vragen hierboven onderscheid gemaakt te worden naar de grondslag van het voorwaardelijk ontbindingsverzoek, te weten:
(1) de situatie waarbij aan het voorwaardelijk ontbindingsverzoek dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd als die aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, veelal resulterende in een verzoek op basis van de zogenoemde e-grond, en
(2) de situatie dat aan het voorwaardelijk verzoek andere feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd die niet (direct) in relatie staan tot de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het ontslag op staande voet;
(3) het ontslag op staande voet is vernietigd wegens een formeel gebrek.”

Vooralsnog is het starten van een voorwaardelijke ontbindingsprocedure dus nog een gok en zal het onder meer afhangen van de rechter die de werkgever treft of zijn verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt gehonoreerd.

Hopelijk snel duidelijkheid!

Geplaatst in Arbeidsrecht door Nelleke de Langen-Loeffen op 11 mei 2016

Reacties op Voorwaardelijke ontbinding bij ontslag op staande voet onder de WWZ (on)mogelijk?

Er zijn nog geen reacties.

Plaats zelf een reactie