Expand verbindt HR professionals en HR vacatures aan het hele vakgebied

Assessment 1949

Door een gelukkig toeval ben ik sinds kort in het bezit van een mooi stapeltje oude boeken. Het zijn boeken van Nederlandse psychologen van na de oorlog. Prachtig leesvoer van auteurs als Luning Prak, Jonkheer Van Lennep en Piet van Strien. Maar er zitten ook beroemde Amerikaanse auteurs tussen zoals Vernon, Wechsler en Guilford.

Met enige ijdelheid beschouw ik deze psychometristen als mijn intellectuele voorvaders, in wiens schaduw ik mijn werk doe. Het gaat allemaal over het testen van 'intelligentie'. De sfeer, het gevoel dat in deze boeken zo merkbaar is, is dat van een enorm optimisme. De gestandaardiseerde intelligentietest - uitmondend in een rond getal (IQ) - heeft de enorme potentie om mensen op een betere manier in te delen naar het best passend onderwijs en het best passende beroep.

Bij Luning Prak treffen we tabellen waarbij per intelligentieniveau beroepen worden opgesomd waar mensen het best zouden passen. De 'psychotechnicus' is - met de toen nieuwe tools - degene die voor een betere verdeling van opleidingen en functies over mensen gaat zorgen. Dit enorme optimisme begon in Nederland met de benoeming begin twintigste eeuw van professor Gerard Heymans die de 'komende eeuw van de psychologie' aankondigde. Als ik het goed heb, heeft Nederland ondertussen de hoogste psychologen-dichtheid ter wereld. In dat opzicht heeft Heymans dus gelijk gekregen. De vraag blijft natuurlijk wat de psycholoog (de psychotechnicus) bijdraagt aan het bevorderen van onze welvaart en ons welzijn.

Verrassend genoeg lijken die oude meesters het bij het rechte eind te hebben. Intelligentie - we noemen het tegenwoordig liever de g-factor, overigens een uitvinding van Spearman - blijkt de beste voorspeller te zijn van beroepssucces. De meta-analyses van Schmidt & Hunter uit de jaren '80 en de daarbij horende 'validiteitsgeneralisatie' vertellen ons dat voor elk beroep geldt: hoe slimmer, hoe beter. Eigenlijk is dit niet zo raar. Iedereen kan - in het dagelijks leven - onderscheid maken tussen de dommere en de slimmere beroepsbeoefenaar. De professionele selecteur gebruikt daarom tests die een beroep doen op intelligentie. Iets wat we eigenlijk al zestig jaar weten.

Geplaatst in Talent & Leadership Development door Wouter Schoonman op 7 augustus 2007

Reacties op Assessment 1949

paula op 15 december 2015 16:44

wat een leuk stukje Wouter, m'n complimenten

Wouter Schoonman op 15 december 2015 16:44

Dank je wel Paula. Als je Paula G. uit Den Haag bent: dank je wel voor het feit dat jij me deze boeken gegeven hebt.

Ad de Beer op 15 december 2015 16:44

Ik weet niet of ik het eens met met de stelling dat intelligentie een garantie is voor succes.

Neem nu eens George W Bush, veel dommer kun je toch niet zijn, wel de meest machtige man ter wereld.

Zonder te willen generaliseren, maar kijk eens rond in het parlement.........

Ik ken best wat mensen die in top functies in het bedrijfsleven zitten waarvan je je afvraagt hoe ze in godshemelsnaam ooit de lagere school hebben kunnen afmaken binnen de tijd die daarvoor staat.

Naar mijn idee is het hebben van een goede kruiwagen, een leuk netwerk en een onnoemelijke hoop geluk meer bepalend voor succes.

Aan de andere kant zie ik wel dat op enkele niveaus onder de boardrooms mensen met echt intellect het beter doen dan de wat minder goed bedeelde mensen, maar ja, dat is geen verrassing.

Wel leuk, oudere boeken, als je ze leest vraag je je wel eens af hoeveel mensen Diekstra ooit hebben gekopieerd door andermans werk te kopieren.

Wouter Schoonman op 15 december 2015 16:44

Ad,

Ik beweer helemaal niet dat intelligentie een garantie is voor succes! Ik zeg slechts dat intelligentie de beste voorspeller van succes is. De predictieve validiteit - uitgedrukt als correlatie tussen de testscore en het succes - ligt ongeveer op .50. Dat betekent dat 25% van de variatie in beroepssccues te herleiden is / te voorspellen valt op basis van snapvermogen.

No more, no less.

paula G op 15 december 2015 16:44

ja, de paula vd 1e reactie was ik. PaulaG. te D.H.

Henk Visser op 15 december 2015 16:44

Over uw intellectuele voorvaders gesproken: beschouwt u A. D. de Groot daar ook toe? Ik werk aan een biografie van hem, waar ook de receptiegeschiedenis in wordt behandeld. Misschien hebt u in uw proefschrift aandacht aan zijn werk besteed?

Plaats zelf een reactie