Expand verbindt HR professionals en HR vacatures aan het hele vakgebied

De middelmaat: jongeren hebben een mentaliteitsprobleem.

Stel jezelf het Hollandse leven eens voor door de bril van een buitenstaander.
Lopend langs de pittoreske Delftse grachten ziet dat leventje er bijvoorbeeld vreselijk georganiseerd uit. Overal goed in de verf staande vrolijke huisjes, en pal aan het water statige grachtenpanden. Her en der wandelen mensen, netjes in het gareel, in fatsoenlijke kleding en met een voldane blik. Het is niet moeilijk om te zien dat de primaire behoeften van Maslow voor de gemiddelde Delftenaar, evenals voor de gemiddelde Hollander, zijn vervuld.

Met een rationele en bovenal verbaasde blik, zo beantwoorden deze passerende stadsgenoten die eerste weken terug in het Hollandse na vijf maanden Azië, mijn nieuw verworven Indiase en Chinese staarpraktijken. Voor mijn landgenoten, die de val van het kabinet hebben meegemaakt en al wel maanden wisten dat ‘onze’ Maxima weer zwanger is, is het dagelijkse routine. Maar net goed en wel terug van Schiphol, vind ik onze houding naast het uitstralen van rust, bovenal erg ingedut overkomen. Waarom zouden we ons überhaupt in het zweet werken, we hebben het toch goed, zo lees ik van menig gezicht af. Onderwijl maalt mijn hersenpan verder en vraag ik me af waarom wij Nederlanders klagen over een ‘drukke randstad’. En waarom Verdonck strengere regels rondom immigratie wenst. Na maanden dat Hollandse leven ontbeert te hebben merk ik dat in vergelijking met Azië het hier zó rustig is. En de Nieuwe Nederlanders met een kleurtje zijn amper op één hand te tellen tijdens een stevige grachtenwandeling.

Maar het is niet alleen de georganiseerdheid die een buitenstaander opvalt.
Bij de NS vraagt de baliemedewerker een paar dagen later, als ik een voordeelurenkaart aanschaf, of hij nog wat anders voor me kan betekenen. Moet ik nog een treinkaartje? Of een kaartje voor een paar dagen later misschien dan? Daarvoor hoef ik, dankzij die aangeschafte kaart, geen € 0,50 te betalen, zo ratelt hij. Mijn ogen puilen uit. En niet van die gratis dienstverlening. Na India, een ‘sellersmarket’ zoals een jonge Indiër me toevertrouwde, en hun immer rauwe welkomstboodschap ‘what do you want’, ben ik deze servicegerichte houding niet meer gewend. Bij de Albert Heijn speelt zich eenzelfde scenario voor mijn ogen af. ‘Wilt u er een tasje bij?’. Oef, wat een verschil na het slagveld bij de ‘Wine Shop’ tussen de hordes Indiërs. Stuk voor stuk een kop kleiner, allemaal mannen en met grote ogen dat blonde wezen met blauwe ogen aanstarend. Beslist niet gewend aan een dame die een paar Breezers wenst. Na enig oefenwerk was ik expert in het behendig met je ellebogen vooraan de ongeorganiseerde menigte komen. Simpelweg omdat je zonder eigen initiatief uren kunt wachten op je bestelling.

Die georganiseerdheid en de hogere mate van ontwikkeling van onze maatschappij heeft ook zo z’n voordelen.
Ik word op straat niet meer van mijn sokken gereden. En het is een verademing om geen twintig auto’s of brommers per minuut te moeten aanhoren die hun claxon gebruiken alsof het een Olympische wedstrijd is. Omdat we in Nederland verkeersregels hebben. Alles, behalve die ene regel die half Azië hanteert: degene met het grootste voertuig heeft voorrang.

Op weg in de eerste februarisneeuw van 2007 langs de gracht, op weg naar mijn vertrouwde Albert Heijn, bekruipt mij tegelijkertijd het gevoel waar de uitdaging in Nederland is gebleven.
We hebben alles al, het is fijn dat mensen rust uitstralen, maar waar brengt ons deze rust? Draait het daarom in het leven? Waar is de spontaniteit, het ondernemerschap, het anders zijn dan de rest, het nemen van risico’s en met heel je hart je ergens aan toewijden om uiteindelijk tot dat ene geweldige succes te komen na al die ontberingen? Waarom hoef ik, eenmaal terug in Nederland, vergeleken met Aziaten nauwelijks initiatief te tonen en zouden mijn ellebogenpraktijken hier direct veroordeeld worden? Terwijl in China de jonge generatie met hun ongebreidelde wens om het in materieel opzicht net zo goed als westerlingen te krijgen, een enorme energie en dynamiek uitstraalt. Vol positieve gedachten, zeker niet op de rem trappend. Ook de ambitieuze Indiërs worden niet gehinderd door een drang naar middelmatigheid en een zoektocht naar rust. Zij moeten het juist hebben van hun initiatief, van hun creativiteit om iets van hun leven en hun werk te maken. Zij zwoegen, minstens zes zo niet zeven dagen per week, dagelijks een uurtje of tien.

Het doet mij denken aan de levenscyclus van organisaties, die ook voor samenlevingen opgaat.
Deze gaat van de droom, de onderneming, het orde op zaken stellen, het succes, naar het instituut, de neergang en uiteindelijk de dood. Dan moet ik constateren dat wij aardig richting instituut gaan. Waarbij de keuze aan ons is: gaan we vernieuwen of blijven we genieten van onze rust. En doen we daarmee aan struisvogelpolitiek met de hete adem van Azië in onze nek. Want niets doen leidt uiteindelijk tot een neerwaartse spiraal.

Nederlanders houden van deze rust.
Dat blijkt ook weer uit het nieuwe regeerakkoord waarin de sociale samenhang in ere wordt hersteld. ‘Eerherstel Poldermodel’ kopte Trouw deze week*. Dat houdt in dat gelijkheid het hernieuwde uitgangspunt is. Maar waar is, naast de dynamiek die tegenovergesteld is aan rust, het verschil tussen mensen gebleven? Mensen die anders zijn, ergens voor staan. Want is het niet dat dit gebrek aan verschil tussen mensen het innovatieklimaat in ons land de das om doet? Met ons poldermodel zijn wij het land van de middelmaat. Net zoals de twee-onder-één-kap woning, doen en laten wij niet veel anders dan wat de buren doen. Zo ervaar ik op die gracht, maar ook op elke andere plek in Nederland die ik daarna bezoek. En dan kan Balkenende nog zovele miljoenen euro’s investeren in innovatiebeleid. Hij zou er goed aan doen tevens verschil tussen Nederlanders te promoten. Durf jezelf te zijn.

Recent onderzoek van wervingsbureau 30 Days* bevestigt dat wij Nederlanders qua economische vooruitgang gemakkelijk in een glijdende schaal naar beneden kunnen komen. De competenties die starters op de arbeidsmarkt succesvol maken, komen steeds minder voor. Of in gewoon Nederlands: jongeren hebben een mentaliteitsprobleem.

De starters die wel succesvol zijn, vertrekken naar het buitenland en de vergrijzing komt tevens op ons af, zo vertelden de onderzoekers aan tv-programma Nova. Dus waar blijf je mee zitten in polderland? Juist, met de middelmaat. Die ook weer rustig verder poldert onder prima arbeidsvoorwaarden en een ontslagstelsel waarin het nog steeds lastig is voor werkgevers om te selecteren op kwaliteit. Leuk, maar op welke plaats in de ranglijst van economisch sterke landen gaat het ons brengen? Zou het daarom niet eens tijd worden om verschil tussen mensen te promoten? Weg met de leus ‘steek je hoofd niet boven het maaiveld’. Tijd om de bakens te verzetten. Rust op z’n tijd is goed, maar een knuppel in het hoenderhok óók. Al was het alleen maar om alert te blijven.

* Link werkt helaas niet meer, is verwijderd door de redactie per 23-5-2016

Geplaatst in Internationaal HR door Rosita Havekes op 12 februari 2007

Reacties op De middelmaat: jongeren hebben een mentaliteitsprobleem.

Karin Tekin op 15 december 2015 16:44

Ik sluit me helemaal aan bij bovenstaand bericht. Het niet anders hoeven te zijn dan anderen, het motto ' doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg', is naar mijn mening iets wat je eerder stil doet staan dan vooruit brengt. Waarom geen risico's nemen? Waarom altijd kiezen voor de veilige middelmaat? Persoonlijk neem ik geen genoegen met de middelmaat maar that's just me.

Ik vind het vooral zorgwekkend dat de startende jongeren niet die extra stap durven te maken. Wat houd je tegen??

Chris Stapper op 15 december 2015 16:44

Ik kan me hier wel iets bij voorstellen eigenlijk, als land of maatschappij streef je naar een bepaald punt (om het niet direct een doel te noemen), namelijk een zo hoog mogelijke welvaart. Zo hoog mogelijk, want het precieze punt van welvaart staat niet vast. En hoe dichter je je doel met onbekende bestemming nadert hoe gemakkelijker het wordt om het links te laten liggen, want je hebt immers al zoveel en waarom zou je nog verder streven om hogerop de ladder te komen?



Ik herken me zeker in het artikel, Nederland voelt als een beetje ingeslapen. Ik zie wel iets in die rust, want we hebben het goed zo, maar toch is het niet uitdagend, levendig, en dat is wel jammer. Maar het activeren van de 'we moeten vooruit geest', dat zal pas gebeuren als we weer iets te winnen hebben ten opzichte van andere landen, dus als onze positie verslechterd.



Dat lijkt me waarschijnlijker dan dat Nederland activeert door middel van overheidscampagnes e.d. Hoewel deze de innovatie goed lijken te doen.

Plaats zelf een reactie