Expand verbindt HR professionals en HR vacatures aan het hele vakgebied

De tien geboden van talent: inleiding

Recentelijk kreeg ik een verzoek om in het kader van een talentenweek in mijn stadsdeel een lekenpreek in de plaatselijke kerk te verzorgen. Voor iemand als ik, een agnost die alleen bij vrolijke en verdrietige gebeurtenissen een kerkdienst bezoekt, iets om even goed over na te denken. De dominee kwam langs om kennis te maken: een mooi mens, met een rijke praktijkervaring in Latijns-Amerika, een grote belezenheid en een prettige open-mind. Na een warm gesprek was het volstrekt vanzelfsprekend om in te stemmen met het verzoek.

Mijn lekenpreek over de tien geboden van talent was een groot succes. Reden om in dit artikel een  ingekorte versie van deze lekenpreek te presenteren, gebaseerd op het bekende bijbelverhaal over het ontwikkelen van onze talenten.  Ik illustreer dit verhaal graag met een aantal persoonlijk voorbeelden, om  jou, beste lezer,  aan het denken te zetten over de vraag of, hoe en waartoe de eigen talenten worden ingezet.

Talenten in de oudheid
Het woord talent verwijst oorspronkelijk naar het nieuwe testament en het verhaal over de rijke man die zijn drie dienaren ieder een aantal talenten geeft om tijdens zijn afwezigheid te beheren. In de tijd waarin het verhaal speelt, stond een talent voor een bepaald gewicht aan goud of zilver, 34,2 kilogram om precies te zijn.  Je moest in die dagen behoorlijk lang werken om een talent te verdienen. Veertien jaar maar liefst, was de tijd die een ambachtsman nodig had om met zijn werk een zilveren talent te sparen. Omgerekend naar de huidige zilverprijs, zou iemand met een modaal inkomen hier in Nederland vandaag de dag een kleine anderhalf jaar moeten werken om een talent te verdienen. In die zin zijn we er dus behoorlijk op vooruit gegaan, in de loop van de eeuwen.

We maken een grote stap in de tijd en komen uit bij het heden. Bij ons heeft het woord talent  een heel andere betekenis. Je hoeft vandaag de dag niet te werken om een talent te verdienen, je krijgt er zomaar, gratis en voor niets, een aantal mee  wanneer  je geboren wordt. Maar net als 2000 jaar geleden het geval was, blijft het natuurlijk altijd de vraag wat je met die gegeven talenten gaat doen. Dit artikel kan je helpen bij het  beantwoorden van die vraag.

Wat is talent?
Wat is dat eigenlijk precies, talent? Persoonlijk vind ik dit de mooiste omschrijving: talent zegt iets over het gemak waarmee je dingen leert en het gemak waarmee je dingen doet.

We kunnen als mens heel veel verschillende dingen leren, maar we verschillen onderling in het gemak waarmee we dat doen. Om een persoonlijk voorbeeld te geven: ik heb de afgelopen jaren geleerd om mijn lichamelijke conditie te verbeteren en mijn lichaam sterker te maken. Daarvoor ga ik twee keer in de week naar de sportschool, waar ik groepslessen  bodypump en pilates volg. Dat doe ik al vier jaar en het gaat mij redelijk goed af. Toch is mijn talent op dat vlak niet meer dan gemiddeld. Iedere keer als er nieuwe oefeningen worden geïntroduceerd, sta ik wat te hannesen en kost het mij tijd voordat ik ze beheers. Ik kan het wel, maar het kost de nodige moeite. Er zijn ook mensen in de groep die op sportief  vlak over veel meer talent beschikken dan ik en heel makkelijk nieuwe oefeningen oppikken. Daar ben ik soms wel een beetje jaloers op, maar dat is omgekeerd waarschijnlijk ook het geval, want ik beschik over een aantal talenten die zij in mindere mate hebben.

Dat gemakkelijke leren, dat talent wat iemand blijkbaar ergens voor heeft, moet wel productief worden aangewend om voor jezelf en voor anderen van betekenis te zijn. Want de ware betekenis van talent blijkt niet uit het bezit, maar uit het resultaat. Om dat resultaat te  bereiken, en daarmee je talent te vormen, heb je de beschikking over vier essentiële bouwstenen: intelligentie, persoonlijkheid, waarden en omgeving. Ik ga die toelichten met voorbeelden.

1. De eerste bouwsteen is intelligentie: gedefinieerd als de mate waarin je over bepaalde bekwaamheden beschikt. Belangrijk hierbij is het volgende: het gaat  niet om de vraag hoe intelligent je bent, maar hoe je intelligent bent. Je kunt op verschillende manieren intelligent zijn. We nemen vaak alleen taal en rekenen in ogenschouw – de klassieke  vormen van intelligentie – maar er is veel meer dan dat. Zo onderscheidt  de  Harvard psycholoog Howard Gardner acht verschillende, onafhankelijke vormen van intelligentie.1 De Britse schrijver en creativiteitsgoeroe Ken Robinson gaat nog een flinke stap verder en stelt provocerend dat er talloze vormen van intelligentie zijn en dat iemands intelligentie netzo uniek is als zijn vingerafdruk.2
Op basis van eigen praktijkonderzoek onder studenten3 onderscheid ik 14 vormen van intelligentie, waarbij ik de kanttekening plaats dat er sprake is van enige redundantie, omdat sommige vormen een specificatie zijn van een meeromvattende intelligentie. (bijv. retorische intelligentie als specificatie van linguïstische intelligentie). Mijn doel is ook geenszins om tot een uitputtende classificatie van intelligenties te komen, maar om een bruikbaar inzicht te bieden in de vele vormen waarop een mens intelligent kan zijn.

Vormen van intelligentie:

Logisch-analytische intelligentie: denkwerk, uitpluizen en logisch redeneren.
Voorbeelden: onderzoek, laboratoriumwerk, technologische innovaties, cijfermatig werk.

Linguistische intelligentie: spelen met woorden en gevoel voor taal.
Voorbeelden: schrijver, dichter, journalist, reclamewerk, speeches opstellen.

Visuele – ruimtelijke  intelligentie: denken in plaatjes en beelden, richtingsgevoel.
Voorbeelden: oplossingen visualiseren, ontwerpen, tekenen, architect, vormgever.

Motorische (kinesthetische) intelligentie: bewegen, sport, goed in je lichaam zitten.
Voorbeelden: sporters, instructeurs, dansers.

Artistieke intelligentie: schone kunsten, toneel, muziek, dans, schilderen, beeldhouwen.
Voorbeelden: kunstenaar, musicus, toneelspeler, acteur, ontwerper

Reflectieve intelligentie (het zelf): zelfkennis, gedachten, gevoelens en reflecties.
Voorbeelden: het eigen doen en laten onderzoeken, intuïtieve zelfkennis

Sociale intelligentie (de ander): mensen kunnen lezen, contact leggen, empathie.
Voorbeelden: mensgericht werk in scholen, ziekenhuizen, verenigingen en horeca.

Naturalistische intelligentie: interesse in plantenwereld, dierenwereld, natuurlijke fenomenen.
Voorbeelden: bioloog, hovenier,  agrariër, weerkundige.

Naast deze vormen van intelligentie die Gardner onderscheidt, is het mogelijk om ook een aantal afgeleide vormen te benoemen:

Ambachtelijke intelligentie: met je handen werken, iets maken.
Voorbeelden: de vakman/vakvrouw, die iets fabriceert of repareert.

Bestuurlijke intelligentie: regelen, organiseren, voorzitten, leiding geven.
Voorbeelden: raad van bestuur, vereniging, vakbond, leerlingenraad.

Strategische intelligentie: vooruitkijken, blauwdrukken ontwerpen, visie tonen
Voorbeelden: werken aan beleidszaken en maatschappelijke vraagstukken.

Retorische intelligentie: anderen voor je ideeën winnen, overtuigen, beïnvloeden.
Voorbeelden: mensen die mensen toespreken: presentator, politiek leider, president.

Commerciële intelligentie: ruilen, verkopen, zakendoen.
Voorbeelden: mensen die goed op hun plek zijn in handel, markt en dienstverlening.

Spirituele (wijsgerige) intelligentie: onderzoeken van waarden, levensvragen, zingeving,
Voorbeelden: pastoor, dominee, filosoof, humanistisch verzorger.

Aan jou de vraag om aan de hand van ervaringen te bepalen over welke intelligenties jij beschikt. Waarin ben je van nature goed? Wat doe je, van kinds af aan, met speels gemak? Wat leer je snel en  zienderogen?
Nogmaals: het gaat bij intelligentie niet om de vraag of iemand intelligent is, maar hoe iemand intelligent is. Je kunt op heel veel verschillende manieren intelligent zijn. Het zou dan ook een goede zaak zijn om daar in het onderwijs  veel meer rekening mee te houden.  Ieder mens, ieder kind, leert op zijn eigen manier en ontwikkelt de dingen die het beste bij hem of haar passen.

De tweede bouwsteen van talent is persoonlijkheid.

2. Persoonlijkheid wordt vaak beschouwd als iemands karakter, maar dat is niet helemaal juist. Persoonlijkheid is de combinatie van iemands karakter en iemands gewoontes.  Karakter is aangeboren en onveranderlijk, gewoontes kun je aanleren en afleren. Dit betekent dat je  persoonlijkheid ten dele veranderbaar is, want los van je stabiele karakter, kun je leren en afleren om dingen te doen. Wanneer mensen dus zeggen ‘ zo ben ik nou eenmaal en dat kan ik niet veranderen’, dan is dat maar ten dele waar. Het kan wel degelijk. Het is niet makkelijk, maar het kan wel.
Een voorbeeld: ik heb van nature een redelijk vurig karakter. Dat geeft voordelen als enthousiasme, energie en wilskracht, maar ook nadelen als mopperen en  driftig gedrag. Zo kan het soms gebeuren dat ik enigszins  opgefokt in de auto zit, mopperend op het rijgedrag van al die slechte weggebruikers. Dat is een vervelende eigenschap, die ik van mezelf moet veranderen en ook kan veranderen. Ik kan leren om niet automatisch te reageren op mijn omgeving, maar om te responderen, door bewust te kiezen wat ik doe.

Wanneer we het  hebben over talenten, is het dus de vraag  of je  de juiste persoonlijkheid hebt om je aangeboren intelligentie te ontwikkelen. Dan praat je bijvoorbeeld over eigenschappen als zelfsturing, discipline, doorzettingsvermogen en het kunnen weerstaan van verleidingen. Dit is precies het gebied waarop veel jonge, veelbelovende talenten het laten afweten en nooit hun belofte waarmaken. Ze beschikken niet over de vereiste persoonlijkheid en doen te weinig moeite om die gewenste persoonlijkheid te ontwikkelen. Want nogmaals: dat kan wel! Je persoonlijkheid is niet in steen gebeiteld en veranderbaar door nieuwe gewoontes aan te leren en slechte gewoontes af te leren.

De derde bouwsteen van talent zijn je waarden.

3. Bij een waarde gaat het om de vraag hoe je betekenis wilt geven aan je leven, wat je belangrijk vindt en wat je drijft. Voorbeelden van waarden zijn vrijheid, moed, avontuur, vertrouwen, liefde, familie, vriendschap, verbondenheid, verantwoordelijkheid, compassie, dankbaarheid. Waarden helpen je op  weg naar een gelukkig leven, omdat ze uitdrukken wie je bent en waar je voor staat. Vertaald naar  loopbaanwaarden gaat het dan om vragen als:  waar ga je voor in je carrière? Wat voor soort werk wil je graag doen? In wat voor  soort werkomgeving?   Sommige mensen willen bijvoorbeeld veel ruimte om hun eigen ding te doen en hebben liever geen baas die ze vertelt wat er moet gebeuren, anderen werken juist liever in een groep, met een duidelijke taakstructuur en een aanwezige leider. Dat is een verschil in waardenvoorkeur.
We leven allemaal vanuit een rangorde van waarden, waarin we meer waarde hechten aan het een dan aan het ander. Maar we zijn ons vaak niet bewust  van deze rangorde.  Toch is dat belangrijk, want er zijn veel waarden om uit te kiezen en het is een illusie om te menen dat al deze waarden makkelijk verenigbaar zijn. Zo zal iemand die een sterke voorkeur heeft   voor  waarden als afwisseling en avontuur, het  lastig vinden om dit te verenigen met waarden als verbondenheid en loyaliteit, zelfs wanneer hij dat wel graag zou willen.  Daarnaast kun je wel praten en nadenken over je waarden, maar dat is  slechts een klein deel van het verhaal. Het daadwerkelijk ontwikkelen en versterken van je waarden gebeurt alleen in concrete situaties, waarin je gedwongen wordt om te handelen en keuzes te maken, tussen bijvoorbeeld avontuur en loyaliteit.  Door na te denken over de keuzes die je maakt en daar consequenties aan te verbinden, bouw je geleidelijk een samenhangend, richtinggevend waardensysteem op en wordt duidelijk welke talenten je gaat verwerkelijken.

De vierde, en laatste bouwsteen van talent, is de invloed van de omgeving waarin je functioneert.  

4. Bij de invloed vanuit de omgeving luidt de vraag of die invloed stimulerend of beperkend is. Word je aangemoedigd om de beste versie van jezelf te ontwikkelen of word je juist beperkt in je doen en laten? En hoe was het vroeger? Ben je opgegroeid in een familie waar het ontwikkelen van je unieke eigenschapen is aangemoedigd, of was het eerder van  ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’?

De ervaring leert helaas dat er veel talent nodeloos verloren gaat, door slechte invloeden vanuit de omgeving. Zo zag ik onlangs een documentaire over de grote Johan Cruyff, die met het schaamrood op de kaken bekende dat hij ooit, als coach van Ajax, het talent van een speler had beknot door publiekelijk te verkondigen dat die speler, vanwege zijn vreselijke hoge piepstem, nooit een leider op het veld zou kunnen worden. Dat is ook precies wat er is gebeurd, want uitspraken als deze hebben een hoog zelfwaarmakend karakter.  De speler in kwestie heeft weliswaar een loopbaan achter de rug waar menig collega jaloers op kan  zijn– 8 Nederlandse kampioenschappen en 42 interlands - maar er toch niet alles eruit gehaald wat op grond van zijn bijzondere aanleg mogelijk was geweest.

Er zijn legio voorbeelden van trainers, onderwijzers en opvoeders, die jong talent in de kiem smoren, door te roepen, of zelfs maar te denken, dat het nooit wat wordt met een kind, omdat het dom is of geen talent heeft. Ik maak het in loopbaantrajecten nog regelmatig mee dat mensen van middelbare leeftijd, vertellen hoe grievend en pijnlijk het predicaat ‘dom’ voor hen is geweest en hoe moeilijk het is om dat beeld voorgoed uit hun hoofd te krijgen. Daarom mag je stellen dat het uitermate dom is  om te beweren dat een kind dom is. Ieder mens, ieder kind, is op zijn of haar manier intelligent en de kunst is om dat te zien en tot bloei te laten komen.

Wat geldt voor de opvoeding, geldt ook binnen organisaties. De Amerikaanse onderzoekster Carol Dweck heeft overtuigend aangetoond dat managers met een gefixeerde mindset over intelligentie en ontwikkeling, een sterke neiging hebben om hun medewerkers ‘digitaal’ te  beoordelen.4 Het is wat of het zal nooit wat worden. Deze beoordeling gebeurt vaak onbewust: veel goedbedoelende managers zijn zich er niet van bewust, dat ze een dergelijke mindset hanteren. Daarom is het een goede zaak om bij jezelf na te gaan hoe je denkt over talent, intelligentie en ontwikkeling en wat dit betekent voor je eigen leven en dat van anderen.

Tot zover over de opbouw van onze talenten. Om het essentie samen te vatten illustreer de vier bouwstenen met het voorbeeld van een auto, waarbij het gaat om  de motor, de brandstof, de bestemming en de weg.
De intelligenties waarover je beschikt zijn de motor. Hoe krachtiger de motor, hoe meer mogelijkheden je in principe ter beschikking hebt en hoe comfortabeler je kunt bewegen. Maar dat is bij lange na niet voldoende. Om de motor aan de praat  te krijgen heb je brandstof nodig: dat is je persoonlijkheid.  Zonder persoonlijkheid, in de vorm van wilskracht en doorzettingsvermogen, krijg je de motor niet goed aan het draaien  en slaat hij na verloop van tijd gegarandeerd weer af. Wanneer de motor eenmaal goed draait en de auto functioneert, wil je vervolgens niet doelloos rondjes blijven rijden maar ergens naar toe. Dat is je  bestemming: een manier van leven en werken die voor jou waardevol is en op een goede manier uiting geeft aan de talenten waarover je beschikt. En om die bestemming te bereiken heb je ook een goed begaanbare weg nodig: dat is je omgeving, die je aanmoedigt om je talenten naar hartenlust te gebruiken.

Bij deze metafoor kun je nog de vraag stellen of je niet eerst je bestemming moet bepalen en pas daarna  de motorcapaciteit en de hoeveelheid brandstof  die nodig zijn om die bestemming te bereiken. Dit is een veel aangehaald discussiepunt. Ga je in eerste instantie uit van je diepste wensen en verlangens  of ga je heel praktisch uit van wat redelijkerwijs mogelijk is, gelet op de capaciteiten waarover je beschikt?

In wezen  gaat het hier om twee totaal verschillende manieren waarop  mensen in het leven staan. George Bernard Shaw zei ooit: ‘De redelijke mens past zich aan de wereld aan. De onredelijke mens volhardt in zijn pogingen de wereld aan hemzelf aan te passen. Derhalve is alle vooruitgang afhankelijk van de onredelijke mens.’5 Er zit veel waarheid in deze uitspraak, maar het is niet makkelijk om daarnaar te handelen. De kunst is om een optimistische denkstijl te koppelen aan enige vorm van realiteitszin. Succesvolle mensen weten dit: ze durven grote, gekke gave doelstellingen voor hun leven te bepalen en zijn daarnaast ook uitermate realistisch en praktisch in het ondernemen van actie om die doelstellingen te realiseren. Ze weten wat ze kunnen en begrijpen wat ze moeten doen om het onmogelijke mogelijk te maken. Wanneer het gaat om het ontwikkelen van je eigen talent is het advies derhalve om op basis van een optimistische inschatting van je mogelijkheden, een aantal grote, gekke, gave doelstellingen te bepalen, waarmee je de verwachtingen van jezelf en anderen overtreft. Bij de tien geboden van talent die volgen, komt dit nader aan de orde.



Het verhaal van de talenten
Tot zover deze inleiding over de vraag wat talent nou precies is. Het tweede deel van dit artikel gaat over de tien geboden van talent. Ik gebruik daarvoor het verhaal over de talenten uit het nieuwe testament, dat  Jezus zijn volgelingen vertelt. Ik presenteer hier een licht aangepaste versie van het talentenverhaal,  waarin ik vooral inga op de psychologische kant van het gebeuren en de wijsheid die daarin ligt verborgen.

In een land, hier ver vandaan, woonde een rijke man in een mooi en groot huis. Hij had drie dienaren die voor hem werkten. Op een dag vertelde hij hen dat hij voor een lange tijd op reis zou gaan. Maar niet zonder hen iets  te geven en iets te vragen: ze kregen allemaal een deel van zijn geld, zijn talenten, met de vraag om daar iets goeds mee te doen, in de tijd dat hij weg was.



De eerste dienaar kreeg vijf zakken vol met talenten. De tweede dienaar kreeg twee zakken en de laatste dienaar kreeg er slechts een. De eerste dienaar liep een tijdje rond met het geld en bedacht wat hij er allemaal mee zou kunnen doen. Toen nam hij een besluit: hij zou het land gaan bewerken en irrigeren, zodat de graanoogst kon verdubbelen. Zo gezegd, zo gedaan. Hij kocht gereedschap en graan, en met zijn nieuwe landbouwtechnieken  zorgde hij ervoor dat de graanoogst verdubbelde en hij een grote winst maakte.

De tweede dienaar had geen verstand van irrigatie en landbouwtechniek. Maar hij had veel liefde en gevoel voor dieren.   Dus kocht hij een aantal schapen  om een gezonde kudde op te bouwen. Dat ging heel goed: er kwamen veel lammetjes bij, hij kon  kaas en melk naar de markt brengen en de wol van de schapen voor een goede prijs verkopen. Zo verdiende ook hij een heel behoorlijk inkomen.

Zoals altijd in dit soort verhalen, is er ook iemand die afwijkt van het pad, weinig presteert en als een nietsnut door het leven gaat.  De derde dienaar dus. Deze man deed helemaal NIETS! Ja, mopperen op de baas, dat wel  Waarom had hij minder gekregen dan de anderen? Waarom zou hij eigenlijk gaan werken als de baas  er toch niet was? Er was immers niemand om hem te controleren?  Daarom koos hij ervoor om het talent dat hij gekregen had in de grond te verstoppen, om het later aan de baas terug te geven. Dan kon er niets mee gebeuren en kon de baas ook niet boos worden als hij een verkeerde beslissing zou nemen en het geld zou verliezen. Hij was zeer zelfingenomen met deze slimme oplossing en ging rustig onder een boom 
zitten, want waarom zou je werken als het niet nodig is?

Op een dag mooie nazomerse dag, na vele seizoenswisselingen, kwam de rijke man weer terug in zijn land, op weg naar zijn huis. Al gauw zag hij de eerste dienaar die bezig was het nieuw gewonnen land te bewerken. Hij vertelde aan zijn baas dat hij hem nu tien zakken vol met talenten terug kon geven. De rijke man was hier heel blij mee en nodigde de dienaar uit om met hem mee te komen naar zijn huis, om een welkomstfeest te vieren. Al snel kwam hij ook de tweede dienaar tegen, die met zijn kudde over de velden liep.  ‘Baas, riep hij, ik heb veel kaas, melk en wol verkocht en ik kan u vier zakken met talenten teruggeven’. De rijke man was ook hier heel blij mee, en vroeg de  dienaar om mee te komen naar zijn huis, om samen het welkomstfeest te vieren.

De derde dienaar, die ook nog ergens rond moest lopen was in geen velden of wegen te bekennen. De rijke man moest anderen erop uit sturen om hem te vinden. Toen hij eindelijk verscheen, gaf hij zijn baas het ene talent terug dat deze hem had gegeven. ‘Kijk baas, hier heeft u uw geld terug. Ik heb het in de grond gestopt. Zo kon ik er niets van verliezen’. ‘Waarom heb je er niets meer mee gedaan, vroeg zijn baas, waarom heb je het niet gebruikt om er iets goeds mee te doen’ De derde dienaar stamelde wat slappe excuses en ging zijn baas vervolgens allerlei verwijten maken. Hij was onrechtvaardig, verdiende zijn geld over de rug van anderen en meer van die taal. Zijn baas werd boos, heel boos. Verlaat mijn huis, zei hij, je bent een lafaard en durft mij te verwijten dat ik slecht voor anderen zorg. Ik pak het talent van je af en verdeel het onder de anderen. Want wie heeft zal nog meer krijgen, maar wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft nog worden afgenomen.

Tot zover dit mooie verhaal, dat vaak is verteld en  op vele manieren kan worden benaderd. Ik gebruik het  graag om zo tot de tien geboden van talent te komen. Tien suggesties, om jouw talent, op jouw manier, te gebruiken om iets voor anderen te betekenen.

Lees verder in: De tien geboden van talent

Geplaatst in Talent & Leadership Development door Cees Harmsen op 18 september 2012

Reacties op De tien geboden van talent: inleiding

Willemijn Brouwer op 15 december 2015 16:44

En ik dank de heer Shaw voor het extra steuntje in de rug :)

Plaats zelf een reactie