Trots op het werk: dat ben ik, of wij?

13/02/2020 Leestijd: 5 minuten

In de Telegraaf van 7 januari jl. las ik een column van Kitty Herweijer. Hierin schreef ze o.a. dat kinderen steeds vaker betrokken zijn bij geweldsmisdrijven en ze vroeg zich af of de ouders van deze kinderen überhaupt weten waar hun kroost uithangt. Ook schreef ze dat de jeugd van tegenwoordig slechte manieren heeft, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ook constateert ze normvervaging en een toenemende verhuftering van de samenleving. Volgens haar een gevolg van een doorgeslagen individualisering van diezelfde samenleving.

Die vermeende verhuftering bevalt mij ook niet, daarom ga ik iets schrijven over normen en waarden, over de Sire campagnes van de afgelopen jaren zoals; ‘de maatschappij dat ben jij’ of ‘#doeslief’ bijvoorbeeld. Of is dat te stichtelijk misschien? We weten volgens mij allemaal heel goed hoe we het beter zouden kunnen doen. Maar ja, zelf verantwoordelijkheid nemen tegen de verloedering van de maatschappij, dat is toch even wat anders. Tegenwoordig zijn we snel geneigd alles op de overheid, het onderwijs en de zorg te schuiven. We accepteren het gezag van de overheid niet, willen ook niet in het onderwijs of de zorg werken, maar we eisen wel dat de overheid zorgt voor voldoende leraren en voldoende personeel in de zorg.

De beweging NL2025

Om het verder ‘uiteenvallen’ van de samenleving tegen te gaan, zijn en worden vele initiatieven genomen. Een van deze is de beweging NL2025 welke in 2015 is opgericht. Destijds is er een landelijke enquête gehouden over de toekomst van Nederland. De uitkomsten van het onderzoek stonden aan de basis van de keuzes voor de drie thema’s van NL2025: excellent onderwijs, duurzame groei en vitale samenleving. NL2015 is een antwoord op de individualiseringsgolf welke zo’n beetje in de jaren ’70 begonnen is. Het persoonlijke geluk van het individu is centraal komen te staan en we laten ons daar door niemand van weerhouden. We leven in een tijd waarin er steeds minder religieuze, sociale en maatschappelijke structuren sociaalwenselijk gedrag afdwingen. De excessen hiervan krijgen we nu wel gemeenschappelijk te verduren (lees: verhuftering). Ik ben van mening dat de individualisering wat is doorgeslagen, en dat we niet meer in de gaten hebben dat we uiteindelijk allemaal afhankelijk van elkaar zijn. Kijk naar de zorg, het onderwijs maar ook naar het verenigingsleven bijvoorbeeld, die het vaak moeilijk hebben om voldoende leden én vrijwilligers te vinden waardoor hun bestaansgrond dreigt te verdwijnen.

Trots in Nederland

Bewegingen als NL2025 geven mij weer moed. Het is namelijk net alsof er niets meer positief is in Nederland. De media staan bol met negatieve berichtgeving. Zaken worden breed uitgemeten, superlatieven worden gebruikt om vermeend onrecht extra aan te zetten, en vooral ook door te wijzen naar iemand, naar een schuldige. Dit leidt volgens mij alleen maar tot verdergaande polarisatie van de maatschappij. Je zou bijna niet meer geloven dat we het eigenlijk nog helemaal niet zo slecht hebben in Nederland, zeker niet vergeleken met vele andere landen in de wereld. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de Nederlanders tevreden is met het leven dat ze leiden.

Maar waarom laten we dat dan zo weinig zien? Ja, we tonen onze trots bij nationale sportgebeurtenissen en op een dag als Koningsdag. Dan mag heel de wereld weten wat een geweldig land Nederland (‘The Netherlands’) is. Maar de dag erna gaan we weer terug in de moppermodus. Hoe komt dat toch? Heeft het er misschien toch mee te maken dat we teveel op onszelf zijn? ’s Avonds komen we moe van het harde werken en het filerijden thuis, en hebben we weinig energie over om nog iets te doen. We kopen nog wat online –want dat is makkelijk en goedkoop – en we hebben weer even ons geluksmomentje. Hoe zit het eigenlijk in organisaties? Zijn zij een verlengstuk van de samenleving, vindt daar ook verhuftering plaats of zijn we gewoon trots op ons werk, en kunnen we daar misschien wat van leren?

Ik en wij

Wanneer de medewerkers trots zijn op de organisatie waar ze werken, dan levert dat de organisatie veel op. Zoals een hogere kwaliteit van het werk, lager ziekteverzuim, loyaliteit ook in slechte tijden, en ook belangrijk – zeker in een krappe arbeidsmarkt – ambassadeurschap voor je bedrijf. Trots is namelijk aanstekelijk. Wanneer een medewerker trots is op zijn organisatie, zal hij dit graag uitdragen binnen zijn eigen sociale netwerk. Goed dus voor het imago van je organisatie. Doordat het werken bij de organisatie oprecht leuk wordt gevonden heeft dat aantrekkingskracht voor potentiële medewerkers.

Maar hoe houd je de trots vast? Hogere salarissen, meer vrije dagen, grotere auto’s? Neen, dat zijn middelen die misschien zorgen voor een kortdurende motivatie. Het echte, de intrinsieke motivatie, krijg je door inspirerend leiderschap, vertrouwen geven en ruimte bieden aan de medewerkers om zelf prioriteiten te stellen en te handelen. Wanneer de medewerkers worden gewaardeerd om hun deskundigheid/vakmanschap zullen zij hun verantwoordelijkheid nemen en zich meer inzetten voor het organisatiebelang. Meer naar het ‘wij’ en minder naar het ‘ik’. Het tegenovergestelde van wat momenteel plaatsvindt in de samenleving. In de sport is het normaal dat je het team boven het individu plaatst om betere resultaten te boeken.

Samenleving versus organisatie

Organisaties maken deel uit van de samenleving en hebben daarmee invloed op hoe wij onze samenleving beleven. Ondanks dat er vandaag de dag veel wordt gesproken over de hoge werkdruk, burn-out en andere negatieve uitingen over het werk, geloof ik toch dat een groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking trots is op zijn/haar werk. Dit wordt echter te weinig gedeeld. Waarom? Omdat we het niet als zodanig ervaren of we herkennen het niet. Of nog basaler; we moeten toch iets te mopperen hebben. Daarom; sta regelmatig stil bij wat je hebt gepresteerd op je werk of privé, hoe groot of hoe klein ook. Neem de tijd ervoor en geniet. Organisaties met veel trots staan ook regelmatig stil bij hun prestaties/successen. Door niet alleen de negatieve kant te benadrukken, maar juist ook de positieve kanten, worden we met zijn allen gelukkiger. Het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn dat realiseer ik mij terdege. Maar wanneer wij ‘het wij’ wat meer laten prevaleren dan ‘het ik’, dan ziet de wereld er al heel snel wat mooier uit.

0 reactie(s) op “Trots op het werk: dat ben ik, of wij?”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *