Zelfsturing en zelforganisatie in de zorg

24/01/2020 Leestijd: 4 minuten

Zelfsturing en-/of zelforganisatie in de zorg. Het blijft de gemoederen bezig houden. Maar is het in (grote) zorginstellingen eigenlijk wel mogelijk? Mijn stelling is van niet. Althans niet zonder een fundamentele structuurwijziging.

Autonomie is een randvoorwaarde

Zelfsturing en -organisatie veronderstelt dat er sprake is van een soort van autonomie. Het is in mijn optiek zelfs een randvoorwaarde. De vorm van sturing en-/of organisatie hangt 1 op 1 samen met de primaire doelstellingen van een organisatie en de context waarbinnen deze worden gerealiseerd. En er zijn enkele beïnvloedende omgevingsfactoren waarmee rekening gehouden moet worden. Zo zal de sturing/organisatie van een klein communicatiebureau fundamenteel anders zijn dan bv. een legereenheid die opereert in een conflictgebied.

De zorgverzekeraar bepaalt

Juist die autonomie ontbreekt in het landschap van ‘de zorg’, al is dit natuurlijk een breed begrip. De autonomie wordt mijns inziens beperkt door de negatieve kanten van de marktwerking in de zorg. Voor financiering is ‘de zorg’ namelijk voor een belangrijk deel afhankelijk van zorgverzekeraars en Rijksoverheid. Om maar even met zorgverzekeraars te beginnen: hoewel vaak met de mond anders wordt beleden, het gaat hier om het beheren en controleren van geldstromen. Zorgverzekeraars bepalen in belangrijke mate hoeveel geld in de zorg om mag gaan en waar dit wel/niet aan besteed mag worden. Zij bepalen zelf welke vergoedingen worden betaald, voor welke DBC’s, geleverd door leveranciers die zij zelf selecteren en contracteren. In analogie geldt voor medicijnproducten min of meer hetzelfde, al is hun winstoogmerk wellicht nog explicieter.

Regulering binnen de zorg

Naast (een deel) van de financiering zorgt de overheid ook nog voor regulering binnen de zorg. Dat kan direct, door wetgeving die gericht is op wat wel mag (door artsen en verpleegkundigen) en wat niet mag (denk aan alternatieve geneeswijzen of kwakzalverij). Maar ook indirecte wetgeving (al is die soms legitiem) kan veel invloed hebben op het werken binnen de zorg. De AVG is een mooi voorbeeld: zorgverleners mogen, zonder directe tussenkomst van de patiënt, geen data uitwisselen, terwijl die uitwisseling voor een deel van die behandeling wel wenselijk zijn.

Versnipperde financiering

De financiering vanuit de (Rijks-) overheid is daarnaast ook versnipperd, zowel qua soort (Langdurige zorg, Jeugdzorg of GGZ), maar ook qua uitwerking. Gemeentes hebben weer een rol (en financiering)  als het bijvoorbeeld gaat om WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteunen). Allemaal lemen muren, waartussen geen communicatie over en weer en/of beweging ontstaat.

Schaalvergroting binnen de zorg

Het resultaat: ‘de zorg’ is als gevolg van bovenstaande factoren een meer op geld, dan op inhoud gestuurd fenomeen geworden. Hieruit is vervolgens ook nog eens schaalvergroting ontstaan. En dat heeft uiteindelijk weer geleid tot meer (noodzakelijk) controlesystemen en bureaucratie, die op hun beurt ook weer kostenverhogend zijn

Is het dan echt zo dat bestuurders denken dat inzetten op zelfsturing, minder of geen managers oplevert? En er daardoor minder kosten worden gemaakt? Het zou kortzichtig zijn. Door de schaalvergroting zitten de extra kosten echter in controle en bureaucratie en niet in (aan-)sturing. Ergo: de bureaucratie blijft bestaan (dus kosten), de  (aan-)sturing valt weg en dat gaat ten koste van het primair proces.

Draai het eens om

‘De zorg’ moet georganiseerd worden rondom de patiënt, de zorgvrager. Voor hem/haar zou het niet moeten uitmaken of een behandeling of ondersteuning wordt vormgegeven door een huisarts, een ziekenhuis of welke zorgverlener dan ook. Ook de wijze van financiering zou geen invloed moeten hebben.

Om zelfsturing of zelforganisatie echt mogelijk te maken is een fundamentele systeemwijziging dus noodzakelijk. Zolang de belemmerende factoren, zoals hierboven omschreven, niet worden weggenomen, blijft er een structureel gebrek aan autonomie binnen eigen werk.

De helft van werkend Nederland ervaart een gebrek aan autonomie

Toevallig (of niet?): deze week verscheen een rapport van de WRR, waarin (onder meer) wordt gesteld, dat ongeveer de helft van werkend Nederland een gebrek aan autonomie ervaart binnen zijn/haar werk (bron). Ik durf de stelling wel aan, dat dit binnen de zorg weleens meer zou kunnen zijn!

Wie pakt de handschoen op?

Wat mij betreft nemen werkgevers, hun HR-managers en zorgprofessionals het heft in eigen hand. Dat is op zichzelf namelijk ook zelforganisatie en zelfsturing. En het draagt ook weer bij aan autonomie en werkgeluk! Iedereen blij!

0 reactie(s) op “Zelfsturing en zelforganisatie in de zorg”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *